Wat zeg je tegen een kind dat gepest wordt?

“Ze pesten me op school.” Het is misschien wel een van de zinnen die je als ouder het liefst nooit hoort. Je wilt je kind meteen beschermen, het probleem oplossen en het liefst morgen persoonlijk bij de voordeur van school staan. Tegelijkertijd weet je ook: ik moet nu eerst luisteren. Maar wat zeg je tegen een kind dat gepest wordt?

Het kan best lastig zijn om de juiste woorden te vinden. Je wilt je kind laten merken dat je er bent, zonder meteen met allerlei oplossingen te komen. En je wilt vooral voorkomen dat je kind het gevoel krijgt dat het zelf iets verkeerd heeft gedaan.

Het belangrijkste is daarom misschien wel heel simpel: neem je kind serieus, luister en laat weten dat het niet alleen staat. Het NJi adviseert om met een kind in gesprek te gaan wanneer het vertelt over pesten en serieus te nemen hoe het kind de situatie ervaart.

Wat zeg je als je kind vertelt dat het gepest wordt?

Je hoeft op zo’n moment niet meteen een perfecte reactie klaar te hebben. Sterker nog, soms is een rustige reactie beter dan een hele toespraak.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

  • “Wat naar dat dit gebeurt.”
  • “Dankjewel dat je dit aan mij vertelt.”
  • “Ik ben blij dat je het hebt verteld.”
  • “Dit is niet jouw schuld.”
  • “Ik snap dat je hiervan verdrietig of boos wordt.”
  • “Je hoeft dit niet alleen op te lossen.”
  • “Ik ben er voor je.”
  • “We gaan samen kijken wat we kunnen doen.”
  • “Wil je vertellen wat er precies is gebeurd?”
  • “Wat zou jou nu helpen?”

Dat laatste kan een belangrijke vraag zijn. Misschien wil je kind vooral dat je luistert. Misschien wil het dat je met school praat. Of misschien weet het zelf nog helemaal niet wat het nodig heeft.

Kinderen vertellen bovendien niet altijd in één keer het hele verhaal. Het kan daarom helpen om niet meteen een kruisverhoor te beginnen, maar rustig te blijven luisteren en later nog eens terug te komen op hoe het gaat.

Zeg vooral: “Het is niet jouw schuld”

Kinderen die gepest worden kunnen zich afvragen waarom juist zij worden uitgekozen. Misschien denken ze dat ze anders zijn, niet leuk genoeg zijn of iets verkeerd hebben gedaan.

Daarom is het belangrijk om duidelijk te maken dat het gedrag van de pester niet de schuld van het gepeste kind is.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Er is niets mis met jou omdat iemand ervoor kiest om jou slecht te behandelen.”

Of gewoon:

“Dat iemand jou pest, betekent niet dat er iets mis is met jou.”

Dat klinkt misschien vanzelfsprekend voor een volwassene, maar voor een kind dat iedere dag nare opmerkingen of buitensluiting ervaart, kan dat helemaal niet zo vanzelfsprekend voelen.

Vraag wat er precies gebeurt

Als je kind vertelt dat het wordt gepest, wil je waarschijnlijk meteen weten wie het doet, wanneer het gebeurt en waarom. Toch kan het helpen om eerst open vragen te stellen.

Bijvoorbeeld:

  • Wat gebeurt er precies?
  • Wanneer gebeurt het meestal?
  • Wie zijn erbij?
  • Waar gebeurt het?
  • Wat doet de rest van de klas?
  • Wat doe jij op zo’n moment?
  • Hoe voel je je daarna?
  • Gebeurt het ook online?
  • Weet een juf, meester of mentor hiervan?
  • Is er iemand bij wie je je wel veilig voelt?

Bij jonge kinderen kun je de vragen natuurlijk eenvoudiger maken. Vraag liever “Wat gebeurde er?” dan alleen “Was het vandaag weer vervelend?”. Open vragen geven een kind meer ruimte om zelf te vertellen wat er speelt.

Wat je beter niet kunt zeggen tegen een kind dat gepest wordt

Sommige goedbedoelde reacties kunnen een kind juist het gevoel geven dat het zelf iets moet oplossen. Bijvoorbeeld:

“Je moet gewoon voor jezelf opkomen.”

Of:

“Trek je er gewoon niets van aan.”

“Gewoon negeren.”

“Zeg er wat van.”

“Waarom heb je dat niet tegen de juf gezegd?”

En misschien wel de meest pijnlijke:

“Kinderen kunnen nu eenmaal gemeen zijn.”

Natuurlijk kan het soms helpen om samen te kijken wat je kind zelf kan doen. Maar maak daar niet de boodschap van dat het pesten stopt als je kind maar anders reageert. Pesten is een groepsprobleem en volwassenen hebben een belangrijke rol in het zorgen voor een veilige omgeving. Het NJi benadrukt dat volwassenen pesten serieus moeten nemen en moeten ingrijpen.

“Maar waarom pesten ze mij?”

Dat is een vraag waarop je als ouder waarschijnlijk geen bevredigend antwoord hebt. En dat is frustrerend, want kinderen willen graag begrijpen waarom iemand dit doet.

Probeer niet te snel een verklaring te geven zoals: “Die pester is gewoon jaloers” of “Hij is zelf onzeker.” Misschien is dat zo, maar je weet het niet.

Je kunt beter zeggen:

“Ik weet niet precies waarom die kinderen dit doen. Maar ik weet wel dat het niet oké is.”

Daarmee hoef je het gedrag van de pester niet goed te praten en voorkom je dat je kind het gevoel krijgt dat het de oorzaak moet begrijpen voordat er iets aan gedaan kan worden.

Luisteren is belangrijker dan meteen een oplossing bedenken

Als ouder heb je waarschijnlijk een enorme neiging om meteen in de actiestand te schieten. School bellen, een gesprek aanvragen, de andere ouders bellen… en eerlijk gezegd is dat ook heel begrijpelijk.

Maar geef je kind eerst de ruimte om te vertellen wat er aan de hand is. Misschien is het al een enorme stap geweest om überhaupt te vertellen dat het gepest wordt.

Het NJi wijst erop dat kinderen het vaak moeilijk vinden om over pesten te praten. Door goed te luisteren en het kind serieus te nemen, laat je merken dat het bij jou terechtkan.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Je hoeft nu niet te bedenken wat we moeten doen. Vertel eerst maar gewoon wat er is gebeurd.”

Dat haalt de druk er een beetje af.

Vraag ook: “Wat wil je dat ik doe?”

Een kind kan het spannend vinden als een ouder meteen naar school stapt. Misschien is het bang dat het pesten daardoor erger wordt. Dat betekent niet dat je vervolgens niets moet doen, maar wel dat het goed is om je kind bij de volgende stappen te betrekken.

Vraag bijvoorbeeld:

“Wil je dat ik met je juf of meester praat?”

“Zullen we samen bedenken wie we dit kunnen vertellen?”

“Wil je dat ik eerst alleen luister?”

Het NJi adviseert jongeren om vooraf na te denken over wat ze van iemand nodig hebben en dit ook duidelijk te maken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat ze eerst willen dat iemand alleen luistert, of juist hulp wil bij het aanpakken van de situatie.

Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid niet bij het kind om het pesten zelf op te lossen. Het is juist belangrijk dat volwassenen hun verantwoordelijkheid nemen wanneer een kind wordt gepest.

Vergeet online pesten niet

Pesten stopt tegenwoordig niet altijd wanneer de schooldag voorbij is. Een vervelende groepsapp, gemene berichten, foto’s of opmerkingen op sociale media kunnen ervoor zorgen dat een kind ook thuis met de situatie wordt geconfronteerd.

Vraag daarom niet alleen:

“Hoe was het op school?”

maar bijvoorbeeld ook:

“Hoe gaat het online met je?”

“Gebeuren er dingen in de app waar je je niet fijn bij voelt?”

“Is er iets online waar je mee zit?”

Online pesten kan bovendien lastiger te zien zijn voor ouders, omdat je niet altijd merkt wat er in groepsapps of online contacten gebeurt. Het is daarom goed om ook daarover regelmatig met je kind te praten.

Wat als je kind niet wil praten?

Dat kan natuurlijk ook. Misschien zegt je kind dat er niets aan de hand is, terwijl jij merkt dat het anders is dan normaal. Het wil niet naar school, komt verdrietig thuis of trekt zich steeds meer terug.

Forceer een gesprek dan niet meteen.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Je hoeft het nu niet te vertellen. Maar weet dat je altijd bij mij terechtkunt.”

En kom er later nog eens op terug.

Een rustig moment werkt vaak beter dan een gesprek waarbij je kind recht tegenover je aan tafel moet zitten en het gevoel krijgt dat het nu eindelijk eens alles moet vertellen. Een wandeling, autoritje of moment voor het slapengaan kan soms veel makkelijker praten.

Blijft je kind langere tijd anders doen of merk je dat het zich niet veilig voelt op school, neem je zorgen dan serieus en bespreek ze met school. Het NJi adviseert ouders om te kijken naar veranderingen in gedrag, schoolgang en contact met klasgenoten en hierover met het kind in gesprek te gaan.

Wat kun je als ouder doen als je kind gepest wordt?

Je hoeft dit niet alleen met je kind op te lossen. School heeft ook een belangrijke verantwoordelijkheid als het pesten op school gebeurt. Bespreek de situatie daarom met de leerkracht, mentor of andere persoon binnen school die verantwoordelijk is voor de sociale veiligheid.

Vertel zo concreet mogelijk wat je kind heeft verteld. Noteer eventueel voorbeelden, wanneer het gebeurt en wie erbij betrokken zijn. Dat maakt het makkelijker om samen naar de situatie te kijken.

Het kan ook helpen om je kind te vragen wat het nodig heeft om zich op school veiliger te voelen. Misschien is er een bepaalde plek waar het steeds misgaat, een moment waarop het alleen staat of een klasgenoot bij wie het zich juist wel prettig voelt.

Scholen moeten zorgen voor een veilige omgeving voor leerlingen en hebben beleid rond sociale veiligheid en pesten. Het NJi adviseert ouders onder andere om te weten wie binnen de school het aanspreekpunt of de vertrouwenspersoon is.

Een klein briefje in de broodtrommel

Je kunt het pesten natuurlijk niet oplossen met een briefje tussen de boterhammen. Maar zo’n klein briefje kan op een moeilijke schooldag wel laten merken dat je aan je kind denkt.

Een simpele boodschap als:

“Ik denk aan je. Dikke knuffel van mij.”

of:

“Wat er vandaag ook gebeurt, ik ben er voor je.”

kan net even dat kleine momentje van steun geven tijdens de schooldag.

Je hoeft er trouwens geen zwaar bericht van te maken. Een gek grapje kan juist fijn zijn als je kind even wil lachen. Ik verzamelde eerder 100 ideeën voor broodtrommelbriefjes, van lieve en grappige briefjes tot korte motiverende boodschappen.

Wat zeg je tegen een kind dat gepest wordt?

Misschien is de belangrijkste boodschap uiteindelijk niet één perfecte zin. Een kind dat gepest wordt, moet vooral voelen dat het geloofd wordt, dat het serieus genomen wordt en dat het er niet alleen voor staat.

Dus als je even niet weet wat je moet zeggen, kun je het ook gewoon simpel houden:

“Ik vind het heel naar voor je. Dankjewel dat je het mij vertelt. Jij hebt hier niet om gevraagd. We gaan samen kijken wat we kunnen doen.”

En daarna? Luisteren. Misschien een knuffel. Misschien even helemaal niets zeggen.

Want soms hoeft een ouder niet meteen met de perfecte oplossing te komen. Soms is het eerste wat een kind nodig heeft gewoon iemand die naast hem of haar blijft staan.

Als je merkt dat het niet goed gaat met je kind

Pesten is niet altijd de reden waarom een kind ineens stiller wordt, niet meer naar school wil of anders reageert dan je gewend bent. Soms weet je als ouder zelf ook niet meteen wat er aan de hand is. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) adviseert om goed te kijken naar veranderingen in het gedrag van je kind en daar rustig over in gesprek te gaan. Blijven je zorgen bestaan, dan kan het helpen om ook met de leerkracht of mentor te bespreken wat je thuis en op school ziet. Op de website van het NJi vind je meer informatie over wat je kunt doen als het niet goed gaat met je kind, ook wanneer de oorzaak niet direct duidelijk is.


Uitgelichte afbeelding: Shutterstock

Add a comment Add a comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *