Je staat op het schoolplein en ineens is daar dat eeuwige moment: “Wat zullen we doen?” Geen bal bij je, geen springtouw, geen stoepkrijt en ook geen speelgoed. Gelukkig heb je voor een leuk spel op het schoolplein helemaal geen spullen nodig.
Met een beetje fantasie, een groepje kinderen en een paar simpele spelregels kom je namelijk een heel eind. Tikkertje, verstoppertje en schipper mag ik overvaren kennen we allemaal, maar er zijn nog veel meer leuke schoolplein spelletjes zonder materiaal.
Of je nu met z’n tweeën bent, met een klein groepje of met een hele klas: hieronder vind je genoeg ideeën om het schoolplein weer tot speelterrein te maken.
1. Schipper mag ik overvaren?
Aantal spelers: vanaf 4
Een klassieker die eigenlijk nooit verdwijnt. Eén kind is de schipper en staat in het midden van het schoolplein. De andere kinderen staan aan één kant en roepen: “Schipper mag ik overvaren?”
De schipper bedenkt een voorwaarde, bijvoorbeeld: “Alleen als je een rode trui aan hebt” of “Alleen als je als een kikker naar de overkant springt.” De kinderen die aan de voorwaarde voldoen, mogen oversteken. De schipper probeert ondertussen zoveel mogelijk kinderen te tikken. Wie getikt wordt, helpt daarna mee met tikken.
2. Stand in de mand
Aantal spelers: vanaf 4
Dit spel speel je normaal gesproken met een bal, maar op het schoolplein kan het ook zonder materiaal. Eén kind doet alsof het een bal omhooggooit en noemt de naam van een ander kind.
Het kind dat genoemd wordt, roept “Stand in de mand!” en iedereen blijft stokstijf staan. Het kind dat werd genoemd kiest vervolgens iemand uit en mag bijvoorbeeld drie grote stappen richting die persoon zetten. Daarna probeert het de ander aan te tikken. Je kunt er zelf allerlei varianten op bedenken.
3. Wie is de leider?
Aantal spelers: vanaf 5
Eén kind gaat even uit het zicht of draait zich om. De andere kinderen kiezen in het geheim een leider. Deze leider begint met bewegingen, zoals springen, klappen, draaien of op de knieën tikken. De rest doet zo onopvallend mogelijk mee.
De leider verandert steeds van beweging en de anderen volgen. Het kind dat terugkomt moet proberen te ontdekken wie de leider is. En natuurlijk is het extra leuk als de leider af en toe verandert terwijl de zoeker net de andere kant op kijkt.
4. Tikkertje met een twist
Aantal spelers: vanaf 3
Tikkertje kennen kinderen waarschijnlijk al, maar je kunt het spel iedere keer weer veranderen. Bij bevroren tikkertje moet je blijven staan zodra je getikt bent. Bij dieren-tikkertje mag iedereen alleen bewegen als het gekozen dier.
Je kunt ook afspreken dat je na het tikken eerst een opdracht moet uitvoeren voordat je weer mee mag doen. Bijvoorbeeld drie keer springen, één rondje draaien of vijf seconden als een standbeeld blijven staan.
Zo wordt een simpel potje tikkertje ineens weer een nieuw spel.
5. Standbeeld
Aantal spelers: vanaf 3
Eén kind is de tikker. Wie getikt wordt, verandert onmiddellijk in een standbeeld en moet precies blijven staan zoals hij of zij stond.
De andere kinderen kunnen proberen de standbeelden weer te bevrijden door eronderdoor te kruipen, er een rondje omheen te lopen of een afgesproken beweging te maken. Spreek vooraf duidelijk af wat wel en niet mag, zodat niemand tegen elkaar aan botst.
6. De vloer is lava
Aantal spelers: vanaf 3
Roep op een onverwacht moment: “De vloer is lava!” Iedereen moet zo snel mogelijk een veilige plek zoeken.
Op een schoolplein kun je bijvoorbeeld afspreken dat de kinderen alleen op bepaalde lijnen of vakken mogen staan. Zo hoef je geen bankjes of andere objecten te gebruiken. Wie te laat is, krijgt een grappige opdracht of mag de volgende keer de lava-roeper zijn.
7. Schaduwtikkertje
Aantal spelers: vanaf 3
Op een zonnige dag heb je voor dit spel helemaal niets nodig. Behalve zon, natuurlijk.
In plaats van elkaar aan te tikken, probeer je de schaduw van een ander kind aan te tikken. Wie op zijn schaduw wordt getikt, is de nieuwe tikker. Dit kan verrassend fanatiek worden, want iedereen probeert natuurlijk zijn eigen schaduw zo klein mogelijk te maken of juist weg te draaien.
8. De jager en de prooi
Aantal spelers: vanaf 5
Kies één of twee jagers. De rest van de kinderen zijn de prooien. De jagers proberen zoveel mogelijk kinderen te tikken.
Maar er is een regel: als je wordt getikt, blijf je niet gewoon staan. Je wordt namelijk ook jager. Het aantal jagers wordt dus steeds groter, totdat uiteindelijk bijna iedereen achter de laatste prooi aan zit.
9. Dieren tikkertje
Aantal spelers: vanaf 4
Kies een dier en bepaal hoe iedereen moet bewegen. Een kikker springt, een krab loopt zijwaarts en een pinguïn waggelt.
De tikker is bijvoorbeeld een leeuw en probeert de andere dieren te pakken. Je kunt iedere ronde een ander dier kiezen. Vooral bij jongere kinderen is dit een eenvoudige manier om van tikkertje een heel ander spel te maken.
10. Krantenlezer
Aantal spelers: vanaf 4
Eén kind is de krantenlezer. Hij of zij staat met de rug naar de andere kinderen en doet alsof er een krant wordt gelezen.
De andere kinderen proberen steeds dichterbij te komen. Zodra de krantenlezer zich omdraait, moet iedereen bevriezen. Wie nog beweegt, moet een stukje terug.
Wie als eerste bij de krantenlezer komt en hem of haar aantikt, wint en wordt de nieuwe krantenlezer.
11. Moordenaartje
Aantal spelers: vanaf 5
Laat iedereen in een kring staan en kies in het geheim één moordenaar. Dat kan door bijvoorbeeld briefjes te gebruiken, maar als je écht niets bij je hebt, kan één kind de rollen uitdelen door iedereen even aan te tikken.
De moordenaar knipoogt naar andere spelers. Wie een knipoog krijgt, gaat na een paar tellen ‘dood’. De rest probeert te ontdekken wie de moordenaar is.
Dit spel werkt vooral goed met wat oudere kinderen die het leuk vinden om elkaar een beetje op het verkeerde been te zetten.
12. Eén, twee, drie… standbeeld!
Aantal spelers: vanaf 3
Eén kind staat aan de overkant met de rug naar de groep. De andere kinderen proberen dichterbij te komen.
De voorste speler roept bijvoorbeeld: “Eén, twee, drie!” en draait zich plotseling om. Iedereen moet onmiddellijk stilstaan. Wie nog beweegt, moet terug.
Het doel is om als eerste de overkant te bereiken zonder betrapt te worden.
13. De grond is verboden
Aantal spelers: vanaf 3
Maak op het schoolplein een denkbeeldig parcours. Kinderen mogen alleen over afgesproken lijnen, vakken of andere veilige plekken lopen. De rest van het plein is verboden terrein.
Wie toch de grond raakt, begint opnieuw.
Dit spel is vooral leuk wanneer kinderen zelf het parcours mogen bedenken. En ineens blijkt een gewoon schoolplein een behoorlijk ingewikkeld hindernisparcours te zijn.
14. Spiegelen
Aantal spelers: vanaf 2
Ga tegenover elkaar staan. Eén kind is de spiegel en doet precies na wat de ander doet. Hand omhoog? Spiegel doet het ook. Bukken? Spiegel bukt. Een gek gezicht trekken? Natuurlijk doet de spiegel dat ook.
Maak de bewegingen steeds iets ingewikkelder. Na een tijdje wissel je om.
Dit is een rustig spelletje voor momenten waarop kinderen even geen zin hebben om rond te rennen.
15. De geheime leider
Aantal spelers: vanaf 5
Eén kind gaat even weg. De rest kiest een geheime leider. Zodra de leider een beweging maakt, doet iedereen die na. De leider probeert ondertussen zo onopvallend mogelijk van beweging te veranderen.
De zoeker komt terug en moet ontdekken wie de leider is. De kunst is natuurlijk dat niemand te opvallend naar de leider kijkt.
16. Geluidenspel
Aantal spelers: vanaf 4
Eén kind sluit de ogen. De andere kinderen verspreiden zich over het schoolplein.
De zoeker roept een geluid, bijvoorbeeld: “Doe een hond na!” Iedereen moet vanaf zijn plek blaffen. De zoeker probeert te raden waar de andere kinderen staan.
Je kunt het steeds moeilijker maken door niet alleen dierengeluiden te gebruiken, maar ook andere geluiden. Wie kan bijvoorbeeld een trein, een robot of een sirene nadoen?
17. De burgemeester zegt…
Aantal spelers: vanaf 3
Dit is een variant op Simon Says. Eén kind is de burgemeester en geeft opdrachten. Alleen wanneer de opdracht begint met “De burgemeester zegt…” mag je hem uitvoeren.
“De burgemeester zegt: spring drie keer!” Iedereen springt. Maar zegt de burgemeester alleen: “Draai een rondje!”, dan mag je juist niets doen.
Wie toch beweegt, krijgt een punt of neemt tijdelijk de rol van burgemeester over.
18. Hoekenspel
Aantal spelers: vanaf 5
Verdeel het schoolplein in vier denkbeeldige hoeken. Eén kind sluit de ogen en noemt een nummer van één tot en met vier.
De andere kinderen kiezen ondertussen stilletjes een hoek. Daarna wordt het nummer genoemd. Iedereen die in die hoek staat, is af of krijgt een punt.
Je kunt natuurlijk ook met kleuren, dieren of namen werken in plaats van nummers.
19. Steen, papier, schaar – toernooi
Aantal spelers: vanaf 2
Een simpel spelletje, maar maak er eens een heel schoolplein-toernooi van. Iedereen speelt tegen iemand anders. Wie wint, zoekt een nieuwe tegenstander. Wie verliest, moedigt de winnaar aan of wacht tot de volgende ronde.
Uiteindelijk kun je een finale spelen tussen de laatste twee spelers.
Geen materiaal nodig, wel fanatiek.
20. Woordslang
Aantal spelers: vanaf 2
Een kind zegt een woord, bijvoorbeeld “boom”. De volgende moet een woord bedenken dat begint met de laatste letter van dat woord: muis. Daarna komt bijvoorbeeld slang, giraffe, eend enzovoort.
Je kunt het spel moeilijker maken door een thema af te spreken. Alleen dieren, alleen eten, alleen landen of alleen dingen die je op school kunt vinden.
21. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet
Aantal spelers: vanaf 2
Een oude bekende, maar ideaal wanneer je even rustig wilt spelen. Eén kind kiest iets dat het ziet en zegt: “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de kleur is…”
De anderen mogen om de beurt raden wat het is.
Op een schoolplein kun je het extra moeilijk maken door niet alleen kleuren te gebruiken, maar bijvoorbeeld de eerste letter of een omschrijving.
22. Raad mijn dier
Aantal spelers: vanaf 3
Eén kind denkt aan een dier. De anderen mogen vragen stellen waarop alleen ja of nee geantwoord mag worden.
“Kan het vliegen?”
“Woont het in het water?”
“Is het groter dan een hond?”
Wie het dier raadt, mag het volgende dier bedenken.
23. Commando pinkelen
Aantal spelers: vanaf 3
Eén kind geeft verschillende commando’s: springen, zitten, draaien, handen omhoog, hurken, enzovoort. Maar alleen als het commando begint met bijvoorbeeld “Commando!”, mag je het uitvoeren.
Wie toch een beweging maakt zonder dat het commando klopt, krijgt een fout. Na een paar rondes kun je steeds sneller commando’s geven.
24. De vloer is ijs
Aantal spelers: vanaf 3
Een variant op de lava, maar nu is de hele vloer veranderd in ijs. Kinderen moeten zich zo snel mogelijk over het schoolplein verplaatsen zonder te vallen.
Je kunt opdrachten geven als: “Alleen achteruit!”, “Alleen op één been!” of “Als een pinguïn!”
Wie valt, begint opnieuw.
25. Maak je eigen spel
Aantal spelers: vanaf 2
En misschien is dit wel het beste spel van allemaal: bedenk zelf een spel.
Geef kinderen een paar minuten om samen een spel te bedenken dat ze met elkaar kunnen spelen zonder materiaal. Ze moeten zelf de regels verzinnen, bepalen wanneer iemand wint en uitleggen hoe het spel werkt.
Dit kan verrassend goed uitpakken. En als het spel nergens op slaat? Dan heb je in ieder geval iets om om te lachen.
Schoolplein spelletjes zonder materiaal: ideaal voor tussendoor
Het fijne aan spelletjes zonder materiaal is dat je eigenlijk altijd kunt beginnen. Je hoeft geen spullen klaar te zetten, geen bal te zoeken en ook niet eerst naar de winkel. Je hebt alleen een groepje kinderen en een beetje ruimte nodig.
Bovendien zijn dit soort spelletjes vaak precies wat kinderen nodig hebben op momenten waarop ze zeggen dat ze zich vervelen. Even rennen, tikken, lachen, fantaseren of elkaar uitdagen en het schoolplein verandert vanzelf weer in een speelplek.
En misschien nog wel het leukste: kinderen kunnen veel van deze spelletjes uiteindelijk helemaal zelf spelen. Geef ze één idee en voor je het weet hebben ze er hun eigen regels en varianten aan toegevoegd.
Dus geen bal, geen stoepkrijt en geen springtouw bij de hand? Geen probleem. Het schoolplein zelf is al genoeg materiaal.