Borstvoeding. Bah. Goor.

Bij de Telegraaf lees ik een mooi nieuwsbericht waarin staat dat alle zuigelingen op de afdeling neonatologie van het VUmc moedermelk krijgen. Ook als de eigen moeder dat niet kan geven, is er melk van een donor.

En nee, ik start hier geen discussie over dat iedereen borstvoeding kan of moet geven. Maar te vroeg geboren kindjes hebben veel baat bij moedermelk, blijkt uit onderzoek. En dus is het mooi dat daar dankzij de donormelk de mogelijkheid is om deze kindjes te bieden wat ze nodig hebben, vind ik.

De ouders moeten overigens wel toestemming hebben gegeven, er is dus wel degelijk een keuze. Toch verbaas ik mij over de reacties die ik hier en daar lees op dit bericht.

“Zou het idee helemaal niet fijn vinden, melk van een onbekende”

“Ik zou nooit en ten immer moedermelk van een ander aan mijn eigen kinderen geven.” 

“omg k zou noooiitt me kleine ander mans melk geven!! Wthell voor gare actie is dit!!!!” 

Lees meer

Wat er zich afspeelt in mijn hoofd, de eerste vier minuten van de dag

Sinds ik moeder ben, werkt mijn brein dag en nacht. Dat is geen gave, dat is een moeder-brein, denk ik. Vanaf het moment dat ik wakker word, tot het moment dat ik weer in slaap val, en daarna.

Mijn hoofd is gevuld met dingen die ik moet doen en met dingen die mijn kleintjes moeten doen. Gevuld met dingen die ik moet onthouden en dingen die mijn kleintjes moeten onthouden.

mama is moe

Soms is er weleens een storing in mijn hoofd, dan weet ik bijvoorbeeld dat ik écht wat aan het huishouden moet doen, maar het gebeurt gewoon niet. Of ik heb acute korte termijn geheugenverlies en dan heb ik wat extra hulp nodig, zo maak ik boodschappenlijstjes, deze wijn moet ik onthouden lijstjes en ideeën-lijstjes om over te schrijven.

Hoe dan ook, het is druk in mijn hoofd. En dat begint al bij het wakker worden. Want dit is wat er zich afspeelt in mijn hoofd, de eerste vier minuten van de dag.

Lees meer

Ze komen er wel

kinderen moeder

Je kent vast de quote ‘behind every great kid is a mom who’s pretty sure she’s screwing it up’ wel. Wat een waarheid! Want wat je ook doet, bij alles kun je je wel afvragen of het wel de juiste keuze is.

Maar weet je, je kleintje is geweldig en ook al denk je dat je het allemaal aan het screwing uppen bent, ze komen er wel.

Ook als je…

Als je consequent de opvoedboeken aan het negeren bent. Ze liggen er al een tijdje klaar voor, maar intussen trekt de nieuwste Jill Mansell toch echt meer aandacht.

Als je op sommige avonden de bedtijd door de vingers ziet. Als ze bijvoorbeeld nog lekker een film aan het kijken zijn of plotseling samen super lief spelen. Of als je zelf gewoon nog geen zin hebt om die kleintjes het bed in te mikken.

Of als je een keer nee zegt tegen de vraag om te komen helpen op school en ja zegt tegen elk sportclubje, muzieklesje, discoavondje en elke andere extra activiteit buiten school om. Kinderen hebben het zo druk tegenwoordig? Moeder heeft wat meer rust nodig tegenwoordig…

Als je het niet voor elkaar krijgt om sokken te laten matchen.

Of je kleintje zijn handschoenen aan te laten houden.

Als je je kinderen tv laat kijken. Of met de iPad laat spelen. De duur hiervan laat ik maar even in het midden…

Of als je toch weer een keer uit je plaat gaat, ook al had je jezelf nog zo voorgenomen om niet meer te gaan schreeuwen.

Als je je kleintje borstvoeding geeft. Of flesvoeding. Helemaal geen voeding, dan moet je je zorgen gaan maken.

Of als je aan het einde van de dag er achter komt dat je kleintje nog steeds in zijn pyjama rondbanjert. Zoiets heeft zelfs een naam: pyjamadag.

Als je 80% van alle knutsel- en tekenwerken wegmietert en ook nog vergeet om er een foto van te maken.

Of als die verrekte tandenfee weer eens jullie huis voorbij gevlogen is.

En óók als je een Happy Meal van de McDonalds een avondmaaltijd (niet elke avond, duh) noemt. Of als je kleintje zijn gehele kindertijd het zonder bento lunch of lieve broodtrommelbriefjes moet doen.

Ze komen er wel!

 

Afbeelding: Shutterstock

‘Als het maar gezond is!?’

Als het maar gezond is. Ik ben inmiddels allergisch voor de uitspraak. Want heb je enig idee wat je hiermee zegt? Hoe het overkomt? Is het echt een voorwaarde om een kindje op de wereld te zetten?

Ik heb altijd een voorkeur gehad voor het geslacht. Achteraf blijkt, ik hou van beide. Ik heb ook altijd voorkeur gehad voor gezondheid, en achteraf blijkt, ik hou van beide.

Maar toch, als ik nu de uitspraak ‘als het maar gezond is’ hoor, gaan mijn haren rechtovereind staan. En natuurlijk is het fijn om gezonde kinderen te krijgen en scheelt dat een hele hoop grijze haren. Maar wat als je geen gezonde kinderen produceert zoals ik? Wel hele leuke overigens, maar niet gezond. Is het leven dan minder waard? Of haal je juist meer uit het leven?

Ik denk aan het programma van Johnny de Mol, dat afgelopen week de Televizier Ring won, het fantastische SynDROOM. Hét bewijs dat gelukkig zijn, belangrijker is dan gezond.

Gelukkig zijn, dat is wat mij betreft het belangrijkste. Dus kunnen we de uitspraak ‘Als het maar gezond is’ vanaf nu inwisselen voor ‘Als het maar gelukkig is’?

En precies zoals Johnny zei, meer verdraagzaamheid, meer respect en meer liefde voor elkaar, hiermee kunnen we misschien bereiken dat wat meer mensen gelukkig zijn op deze aardkloot.

Schijt aan poepadvies

Voordat je moeder wordt, krijg je te pas en te onpas de welbekende adviezen naar je hoofd geslingerd.

‘Geniet nu maar van je rust, want dat is straks voorbij.’

‘Ga nu nog lekker samen weg, want dat gaat straks niet meer lukken.’

‘Neem een lekkere lange douche, want… blablabla’

En het is allemaal waar hoor! Gewoon goed bedoelde adviezen, van een persoon die zelf heel graag nog zou wíllen genieten van de rust, lekker samen weg wil met haar partner of die lange douchebeurt met beide handen zou aangrijpen.

Maar waar over gezwegen wordt, is de grote hoeveelheden poep, waar je als ouder opeens mee te maken krijgt.

Om maar te beginnen met de beginnersfout. Waarom zegt niemand dat je niet, ik herhaal niet met je vinger de achterkant van de luier open moet trekken om te checken of je daar wellicht een bolus aan zal treffen. Jouw vinger belandt namelijk negen van de tien keer in de bruine derrie die tot aan het randje van de luier is gekomen.

Of wat dacht je van die andere beginnersfout… Het is zo jammer dat je zelf moet uitvinden dat je er altijd vanuit moet gaan dat een bruine vlek poep is en géén chocolade.

Om de één of andere reden ontwikkel je ook een bepaald talent als spoorzoeker. Je ruikt poep, maar waar komt het vandaan? Is het jouw kind? Is het mijn kind? Laten we gewoon onze neus even tegen die pamper aandrukken om het zeker te weten.

Eén van de mooiste poepherinneringen die ik heb, is dat mijn baby na een dag huilen bij op de huisartsenpost belandde, die ik overigens zelf gebeld had omdat ik ervan overtuigd was dat er iets niet goed met hem was. Toen de dokter besloot om eerst zijn temperatuur te meten (je weet waar), was daar ook meteen het probleem dat naar buiten kwam. Over de hand van de dokter, tegen haar witte muur… Mooi verhaal.

Op een gegeven moment denk je na een intensieve zindelijkheidstraining (ahum), wel even klaar te zijn met al dat gepoep. Maar gek genoeg beland je van de poepluier-fase in de poeppraatjes-fase, waarin elke zin wordt beëindigd met poepie-scheetje-kak. Het is overigens ook wel weer een fase waarin je je kleintje heel gemakkelijk op kunt vrolijken. Roep gewoon ‘Poep!’ en er verschijnt gegarandeerd een glimlach op het bekkie van je kleintje.

Wat je van tevoren ook nooit had kunnen bedenken, is dat je ooit zou gaan juichen bij iets wat met poep te maken heeft. Denk aan het eerste drolletje in het potje. Of bij die drol die er eindelijk na een week (van slapeloze nachten) ineens uitkwam bij je kleintje, wat een opluchting was dat! Het was een dansje waard.

Tja… Poepadvies.

Ik weet ook niet waarom ik al dit bovenstaande schreef.

Het was in ieder geval geen ongevraagd advies.

Mocht het wel zo overkomen. Excuus.

Fijne dag verder.

Beste moeder waar het geen bende in huis is

Je zegt dat je huis netjes en schoon is. Maar ik geloof je niet. Het is bijna net zo een bende als de mijne. Het kan niet anders. Die plaatjes die je op Instagram zet, zijn niet de realiteit. Al de zooi op de tafel heb je een veeg gegeven, de rotzooi op de vloer heb je in een hoek geduwd en je kleintje in haar kekke jurkje was bij het laatste stukje witte schone muur, of niet dan?

Zeg het maar hoor, als ik het helemaal verkeerd zie. Want dat kan, ik heb het ook weleens mis. Maar toch heb ik hier veel over nagedacht en kan ik gewoon niet geloven dat het bij jou altijd netjes en schoon is.

Als ik door mijn huis loop en rondkijk, denk ik bij mezelf ‘wat the heck is er hier toch gebeurd?’. Hoe, HOE kan het dat werkelijk in elke kamer, de woonkamer, de keuken, de hal, de badkamer, de slaapkamer, o-ver-al ligt troep. Alsof iedereen hier in huis speelgoed rond spuugt, papier niest of zoals Elsa ijs uit haar vingertoppen laat komen, zo kunnen wij stof in de rondte laten dwarrelen. Poef, poef, POEF!

Ja, beste moeder waar het geen bende in huis is, vertel mij nou eens. Hoe doe jij dat? Want al is het hier een keer netjes, binnen een uur van menselijke aanwezigheid is het weer een complete bende. Na elke maaltijd staat het aanrecht vol. En nee, dat kan niet altijd gelijk de vaatwasser in, want ook die is vol.

De vaatwasser doet er zo een twee uur over om schoon te worden. Negen van de tien keer kom ik er pas na een uur achter (of dan pas heb ik er zin in) dat de vaatwasser leeggeruimd en weer gevuld kan worden. Dat houdt in dat het aanrecht minimaal de helft van de dag gevuld staat met wachtende vaat. Oftewel, het aanrecht is grotendeels van de tijd meer gevuld dan leeg.

Als we niet meteen de afwas doen na de lunch.
Als we niet meteen de afwas doen na de lunch

De badkamer. Dé plek waar de was zich verzameld. En echt waar, ik heb attributen die zouden moeten helpen om een geordend huishouden te hebben, zoals een wasmand. MAARRRR…. Dan zou het ook wel handig zijn om de was in de wasmand te mikken en niet er naast. 

Serieus, dit is mijn freaking badkamer mét, hoe luxe, een wasmand!
Serieus, dit is mijn freaking badkamer mét, hoe luxe, een wasmand!

En dan het speelgoed. Ik weet niet hoe jij dat doet, beste moeder waar het geen bende in huis is, maar sinds de kleintjes hier in huis zijn gekomen zijn mijn fancy woonaccessoires vervangen door plastic troep die heel veel herrie maakt. Ze noemen het ook wel speelgoed. Al vraag ik me af of dat wel de juiste benaming is voor deze aftandse crappy zooi, aangezien de kinderen het vooral gebruiken om op één hoop te gooien midden in een kamer. Om er vervolgens doorheen te banjeren en het eenzaam achter te laten. En dit allemaal binnen vijf minuten ná het opruimen van hun kamertje…

Je denkt, de zooi valt toch best mee... Totdat je een kijkje om de hoek neemt.
Je denkt, de zooi valt toch best mee…                Totdat je een kijkje om de hoek neemt.

Al zou ik een keer flink de bezem door dit hele *piep* huis halen, binnen no time is het alsof er een bom in de kruipruimte is ontploft.

Echt. HOE DAN, BESTE MOEDER, hoe? 

Als ik denk aan jouw perfect gestylde Instagram woning, dan ga ik het liefste in een foetushouding liggen janken en vraag ik mezelf serieus af hoe ik kan overleven in deze omstandigheden.

En ja, ik voel me verslagen als ik de trapkast open en word aangevallen door een stofzuigerslang, een dweilstok en krat oud papier. Alsof het een teken is. Of als ik eindelijk de 20 stapels babykleding heb gesorteerd om weg te geven. En vervolgens toch weer in een hoek van de kamer zet. Want tja…

Nogmaals, HOE DAN, BESTE MOEDER, hoe?

En vertel me niet dat ik mijn kleintjes moet leren om hun speelgoed op te laten ruimen, voordat ze ander speelgoed pakken. Want dan mag je me toch even vriendelijk uitleggen hoe je dat dan doet zonder te veranderen in een krankzinnige schreeuwkoningin.

Misschien is dat het. Misschien is het niet mijn aard.

Of ik ben gewoon heel onhandig. Of lui.

Of, beste moeder… jij liegt.

Of je bent geniaal.

Kan ook.

Borstvoeding in het openbaar? Kap ermee!

borstvoeding openbaar

Het is een zonnige woensdagmiddag. Ik zit gelukzalig op mijn bakfiets. We fietsen langs een willekeurig huis met een ooievaar in de tuin. ‘Hoera een jongen’, staat er op het raam. ‘Fijn voor jullie’, is wat ik denk. Mijn peuter en mijn kleuter zitten in de bak. In mijn hoofd reken ik uit over hoeveel maanden mijn peuter een kleuter wordt.

Ondanks dat ik uitkijk naar de nieuwe fase (geen kleintjes onder de vier meer in huis), gaat er ook een scheut mixed-feelings door mijn lichaam. Van top tot teen. En ondanks dat ik denk ‘Fijn voor jullie’, denk ik ook ‘Jemig wat k*t voor mij’.

Een zonnige woensdagmiddag. Ik zit op een terrasje. Tegenover mij, in mijn gezichtsveld, zit er een moeder borstvoeding te geven aan haar kleintje. Moet dit nou serieus zo pal voor mijn neus? Ja, natuurlijk kan ik de andere kant op kijken of weggaan. Maar hey, ik zat hier eerst!

Maar ja, dat heeft die kersverse moeder die samen met haar newborn in hun eigen wereldje zitten, totaal niet in de gaten. Ik vind het verschrikkelijk dat ze dit zo in het openbaar doet!

Want nu moet ik naar dat schattige koppie kijken, en dat gretige geslurp aanhoren. Dat lieve handje dat zachtjes in haar borst knijpt, of aan haar haren trekt of speelt met haar shirt. Die heerlijke voetjes die om op te vreten zijn en zweetteentjes om mee te spelen.

Het geslurp wat ik nu dagelijks hoor is een beker yoki die naar binnen gegoten wordt. Die lieve handjes zijn nu vuisten die hard tegen mijn bovenarm gemept worden onder het mom van een potje vechten. En die lekker teentjes zijn grote zweettenen die je niet dichtbij je neus hebben wilt.

Weet je, het wordt er allemaal ingewreven. Die ooievaars in de tuinen, die mama die recht voor mijn neus borstvoeding zit te geven. Die scheut mixed-feelings, ik realiseer me dat het nooit meer terugkomt.

Echt, wat haalde ik in mij hoofd? Om ooit te stoppen met borstvoeding. Om uit te kijken naar die nieuwe fase? Straks zit ik hele ochtenden en middagen alleen. Straks heb ik alleen nog maar kleintjes die het allemaal beter weten. Die steeds onafhankelijker worden. Die steeds meer de wijde wereld in trekken.

Ik wil mijn baby’s terug!

Borstvoeding in het openbaar, kap er alsjeblieft mee! Niet omdat het er goor uitziet, niet omdat het er aanstootgevend uitziet. Maar omdat het er voor ‘moeders-die-geen-baby’s-meer-willen’ te mooi uitziet en de afgesloten eierstokken acuut weer open laat rammelen.

 

Ps. geniet ervan lieve moeders! En maak je al helemaal niet druk om wat iemand anders ervan vindt.

 

Afbeelding: Shutterstock

Hier zeg ik geen nee tegen

Wij, moeders in het algemeen, zeggen vaak nee. Niet alleen tegen onze kinderen, maar ook tegen hulp. En vooral voor ongevraagde adviezen keren wij graag onze rug toe. We vinden dat we het allemaal zelf (moeten) kunnen en we willen ons vooral niet laten kennen. Eigenlijk is dat best jammer, want een beetje hulp hier en daar kan het leven een stuk soepeler en misschien ook wel leuker maken.

Vanaf nu ga ik, áls het me aangeboden wordt, tegen het volgende geen nee (meer) zeggen.

Ik zeg geen nee tegen iemand anders die de beslissing neemt. Het leven van een moeder bestaat 75% uit beslissingen nemen. Welke naam gaan we het kleintje geven? Blijven we werken? Gaan we thuis zitten? Heeft het honger? Heeft het een schone luier nodig? Welke kinderopvang? Welke school? Wat eten we vanavond? Mogen mijn kleintjes alleen buiten spelen? Mogen ze zonder jas buiten spelen? Mag mijn kleintje dat speeltje afpakken van dat andere kleintje? Mag mijn kleintje dat vervelende ventje een mep verkopen? Mag ze bij een vriendinnetje spelen? Mag ze op gitaarles? Of op blokfluit? Of op drummen? Vinden de buren dat leuk? Keuzes, keuzes, keuzes. Wil iemand anders aub af en toe even een beslissing nemen?

Ik zeg geen nee tegen iemand die aanbiedt om mijn kleintjes een middagje mee te nemen, gewoon zomaar, zodat ik even rustig Netflix kijken kan. Of iets anders waar ik zin in heb. In ieder geval niet het huishouden.

Ik zeg overigens ook geen nee tegen iemand die aanbiedt om even het huishouden te doen.

Ik zeg geen nee tegen iemand die aanbiedt om een poging te doen om een krijsende peuter even te kalmeren.

Ik zeg geen nee tegen iemand die ’s nachts de kleintjes weer terug naar hun eigen bed brengt. In dit geval is de enige aangewezen persoon die ik me voor deze taak bedenken kan, de man.

wijn drinken

Ik zeg geen nee tegen een wijnavond met mijn vriendinnen.

Ik zeg geen nee tegen een onbeperkt lange, warme douchebeurt. Zónder kinderen welteverstaan.

Ik zeg geen nee tegen warme koffie.

Ik zeg geen nee tegen iemand die de auto wil voltanken. Ik heb nu geen auto meer, maar man wat had ik daar toch altijd een hekel aan. Alsof het uren tijd in beslag nam.

En ik zeg geen nee tegen een ‘mute-knop’. Als er ooit iemand is die deze knop uitvindt, is diegene mijn held! Gewoon even voor 20 minuten die mute-knop indrukken, waarin iedereen even geen geluid kan produceren. Desnoods een freeze-knop, waar iedereen voor een uurtje, of twee even bevriest. Hoe fijn zou dat zijn! Never gonna happen.

Afbeelding wijn: Shutterstock

De oplossing is simpel

Kinderen lijken soms wel een beetje op mannen. Of zijn het de mannen die op kinderen lijken? Anyway, ze zijn oplossingsgericht. En eigenlijk is de oplossing altijd heel simpel.

oplossing vrouw

Mijn kleintjes zijn bijvoorbeeld gek op schilderen. Het begint heel netjes met een schortje en een kwastje. Een kloddertje hier, een kloddertje daar. Maar al snel worden de klodders met de handen op het papier gesmeten en dan gaat het weleens mis. Opeens zit er een klodder op de muur. Uiteraard ben ik daar als moeder niet blij mee, maar gelukkig heeft mijn kleintje een prima oplossing: ‘Dan verf je de hele muur toch effe blauw mama?’

Zo simpel is dat.

Of wanneer ze iemand spotten met autopech? Dat kunnen mijn kleintjes toch echt niet begrijpen. Want hoezo kan de auto niet meer rijden? Het is namelijk heel simpel om weg te rijden. ‘Gewoon je sleutel erin, bij je voeten zit zo een ding, daar moet je op trappen en dan gaat de auto vanzelf rijden…’

Zo simpel is dat.

Mijn kleintjes maken ook regelmatig, tot grote wanhoop van mij en de man wat kapot. Dat doen ze (meestal) niet expres, het gebeurt gewoon. Helaas zijn het meestal wel de dingen waarvan we ze liever heel houden. Het is nooit dat irritante speeltje waar die pokkeherrie uitkomt. Maar dat glas water gaat wel over de nieuwe MacBook. Of er gaat wéér iemand boven op de bril van papa zitten. Of het is de eReader die van net even te hoog naar beneden pleurt. En ook hiervoor is de oplossing van mijn kleintjes heel simpel: ‘Dan koop je toch een nieuwe?’

Zo simpel is dat.

En dan hebben we nog dat gevalletje dat mijn kleintjes aan het einde van de dag van narigheid niet meer weten wat ze met zichzelf aan moeten. Ze zijn moe zijn. Heel erg moe. Al gapend blèren ze de boel bij elkaar  ‘ik ben niet moe, ik ben niet moeeeee’. En verzinnen de gekste dingen om maar niet toe te geven aan hun moeheid. Ook ik ben op z’n tijd oplossingsgericht: ‘Naar bed!’

Zo simpel is dat niet.

Afbeelding: Shutterstock

Je zegt nu sorry! Of toch niet?

Kinderen maken weleens ruzie. Nou ja, ok, mijn kinderen maken weleens ruzie. Met elkaar, maar ook met andere kinderen. Soms wordt er heel onaardig gedaan en soms wordt er zelfs geduwd, geknepen of geslagen. Als ouder spring je daar altijd meteen tussen, want dat willen we natuurlijk echt niet hebben. En het eerst wat wij ouders doorgaans dan ook roepen is: “zeg nu sorry!”

Herkenbaar?

Maar waarom willen wij zo graag dat woordje zo snel mogelijk uit het bekkie van ons kleintje horen? Misschien voelt het voor ons als de juiste reactie. Wij vinden dat het niet door de beugel kan en vinden het verschrikkelijk om ons kind als agressieveling te zien. En dus moet er zo snel mogelijk zand over. Misschien vinden we dat we het juiste voorbeeld moeten geven, wat op zich natuurlijk helemaal geen gek idee is.

Ik roep maar wat.

In de praktijk weigeren mijn kleintjes meestal om meteen sorry te zeggen na een vurig gevecht. En belanden in een nieuwe strijd, de strijd om het ‘sorry’ zeggen. En soms roepen ze meteen ‘sorry’, maar menen er ondertussen geen snars van.

Wat heeft het voor nut om ‘sorry’ af te dwingen?

Creëren we daar niet alleen maar nog meer frustratie mee?

Stimuleren om sorry te zeggen zou wellicht beter zijn. Niet meteen ‘zeg sorry!’ blèren, maar achterhalen waarom er gevochten werd en dan je kleintje laten nadenken. “Hoe zou jij het vinden om een beuk in je buik te krijgen en wat zou je dan verwachten van de ander om het weer goed te maken?”

Als ze daar dan eenmaal rustig over na kunnen denken, realiseren ze zich dat het inderdaad niet zo geinig was, wat er zojuist gebeurde.

En soms komt daar dan alsnog een ‘sorry’. Soms ook niet. Dan realiseert hij waarschijnlijk dat hij gewoon echt te ver is gegaan.